|
VERENIGINGSNIEUWS |
![]()
Veteranennota HIER en HIER te downloaden
Hoofdstuk 1 Inleiding
Sinds de nota veteranenzorg van 2005 (Kamerstuk 30 139, nr. 2) wordt de
Kamer jaarlijks geïnformeerd over de stand van zaken van het
veteranenbeleid. Hierbij bied ik u de veteranennota 2010-2011 aan. Deze nota
beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen van het afgelopen jaar en de
beleidsvoornemens voor de komende jaren.
Zoals uiteengezet in mijn brief van 21 maart jl. (BS2011005852) wordt de evaluatie van het veteranenbeleid die ik op 14 december 2010 heb aangekondigd (Kamerstuk 30 139, nr. 84) uitgevoerd door het Veteraneninstituut in samenwerking met het Trimbos-instituut. De bevindingen en aanbevelingen van de evaluatie zijn in deze veteranennota opgenomen.
Uit de jaarlijkse veteranenmonitor van het Veteraneninstituut komt naar voren dat steeds meer Nederlanders een positief beeld hebben van veteranen en militairen. Uit ander onderzoek blijkt dat veteranen over het algemeen goed te spreken zijn over de belangrijkste onderdelen van het veteranenbeleid. Wel zijn zij kritisch over de mate waarin kennis over veteranen en missies wordt uitgedragen naar het brede publiek. In de komende tijd zal daar meer aandacht aan worden besteed.
Op 15 juni 2010 hebben de leden Eijsink, Poppe, Pechtold en Peters een initiatiefwetsvoorstel voor de vaststelling van regels omtrent de bijzondere zorgplicht voor veteranen (Veteranenwet) ingediend (Kamerstuk 32 414, nr. 3). Defensie verleent ambtelijke bijstand bij de verdere uitwerking van dit wetsvoorstel.
In de beleidsbrief van 8 april jl.(Kamerstuk 32 733, nr. 1) heb ik uiteengezet dat de verantwoordelijkheid voor het personeel niet eindigt bij de uitstroom. Defensie heeft een bijzondere verantwoordelijkheid voor veteranen, in het bijzonder oorlogs- en dienstslachtoffers. De directe (na)zorg voor (voormalige) medewerkers en de ondersteuning van commandanten rondom de operationele inzet zal dicht bij de lijnorganisatie en het individu georganiseerd blijven. Defensie zal alle eerdere toezeggingen op het terrein van nazorg en veteranenbeleid gestand doen.
Hoofdstuk 2 Erkenning en waardering
Veteranen hebben Nederland gediend onder oorlogsomstandigheden of
tijdens vredesmissies. Zij verdienen daarvoor erkenning en waardering van de
overheid en van de samenleving. Ik beschouw het als mijn taak de erkenning
en waardering voor veteranen te bevorderen. De maatschappelijke aandacht
voor de veteranen is in de afgelopen jaren toegenomen. Volgens de
veteranenmonitor 2010, in november 2010 gepubliceerd door het
Veteraneninstituut, heeft 60 tot 70 procent van de bevolking veel waardering
voor veteranen. Die waardering blijkt tevens onder meer uit de
belangstelling voor landelijke en regionale evenementen.
Samenstelling van het veteranenbestand
De samenstelling van het veteranenbestand verandert in de komende jaren. Het aantal veteranen van recente missies neemt toe, terwijl het aantal veteranen van de Tweede Wereldoorlog, Nederlands-Indië, Korea en Nieuw-Guinea afneemt. In het veteranenbeleid wordt rekening gehouden met de verschillende wensen en behoeften van veteranen en wordt tegelijkertijd aandacht besteed aan de onderlinge verbondenheid. De ervaring leert dat slechts 20 procent van de jonge veteranen aan activiteiten voor veteranen deelneemt. Dit is een belangrijk gegeven voor de verdere beleidsontwikkeling en het overleg daarover met de betrokken verenigingen en instanties.
Uitvoering van het veteranenbeleid
De uitvoering van het veteranenbeleid op het gebied van
erkenning en waardering wordt verzorgd door de stichting Nederlandse
Veteranendag en door het Veteraneninstituut. De belangrijkste taak van de
stichting Nederlandse Veteranendag betreft uiteraard de organisatie van deze
Veteranendag. Daarnaast organiseert de stichting educatieve activiteiten
voor scholieren en ondersteunt zij gemeentelijke en provinciale activiteiten
voor veteranen. Het Veteraneninstituut is belast met de uitvoering van het
veteranenbeleid op het gebied van erkenning en waardering, de
informatievoorziening over de zorg voor veteranen en het centraal
aanmeldingspunt voor veteranen (CAP). Het Veteraneninstituut verricht ten
behoeve van het veteranenbeleid ook activiteiten op het gebied van kennis en
onderzoek.
Nederlandse Veteranendag
Dit jaar wordt de veteranendag gehouden op zaterdag 25 juni. De dag staat in het teken van de plaats die veteranen innemen in de samenleving. In het programma wordt rekening gehouden met de verschillende wensen van veteranen.
Monument voor vredesoperaties
Het monument voor vredesoperaties in Roermond gedenkt
de militairen die sinds de oorlog in Korea door de deelneming aan een
vredesoperatie om het leven zijn gekomen. In september 2011 worden de namen
van de militairen die in het afgelopen jaar zijn gesneuveld bijgeschreven op
de bronzen plaquettes. Verder wordt in oktober een bijeenkomst met
nabestaanden georganiseerd.
Verhalen van Veteranen
In 2010 is het onderwijsproject voortgezet waarmee de kennis van scholieren over veteranen wordt bevorderd. De gastsprekers worden veelal ingezet ter verlevendiging en ondersteuning van het geschiedenisonderwijs. De doelgroep bestaat uit leerlingen van 11 tot en met 15 jaar. In het afgelopen schooljaar zijn op deze manier ongeveer 6.000 leerlingen bereikt. Er zijn intussen 150 veteranen die optreden als gastsprekers.
Passen voor veteranen, postactieven en dienstslachtoffers
Op 9 december 2010 zijn de eerste defensiepassen voor postactieven en dienstslachtoffers uitgereikt. Na de zomer 2011 wordt de veteranenpas automatisch uitgereikt en hoeft deze niet meer te worden aangevraagd. De faciliteiten voor veteranenpashouders zijn uitgebreid. Zij krijgen onder meer korting op boeken, dvd’s, evenementen, fietsen, musea, beurzen, reizen, internet, tijdschriften en verzekeringen. Veteranen, postactieven en dienstslachtoffers die regelmatig op een defensiecomplex moeten zijn, komen in aanmerking voor een aparte toegangspas voor het desbetreffende complex.
Nationale Taptoe
Samen met de stichting Nationale Taptoe wordt voor veteranen en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers en voor hun relaties een voorstelling georganiseerd. Het thema veteranen is in het programma van de Taptoe verwerkt. De reünie van veteranen van de landmacht en de reünie van de Vereniging Oud Militairen Indiëgangers (VOMI) worden met de Taptoe gecombineerd.
Bronbeek
Het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek heeft vier hoofdfuncties, te weten de tehuisfunctie, de museumfunctie, het herinneren en herdenken en de reünie- en congresfunctie. Daarnaast is op Bronbeek het Indisch Herinneringscentrum Bronbeek gehuisvest. Bronbeek huisvest 48 veteranen. Defensie, het ministerie van Wonen, Wijken en Integratie, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de provincie Gelderland, de gemeente Arnhem, de stichting Indisch Herinneringscentrum Bronbeek en de stichting Kumpulan hebben in 2010 een gezamenlijke toekomstvisie ondertekend met als doel het behoud van het Indische karakter van het Landgoed.
Sweep-project
In totaal heeft het project Sweep 198
schenkingen ontvangen in de vorm van fotoalbums, dagboeken, losse foto’s,
dia’s en correspondentie. Dit persoonlijke materiaal biedt inzicht in de
alledaagse ervaringen van militairen in Nederlands-Indië. Er zijn ook
patrouillerapporten, verlieslijsten en inlichtingenrapporten geschonken. De
schenkingen vormen een waardevolle aanvulling op de collectie van het
Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH). De informatie kan
worden geraadpleegd op
www.defensie.nl/nimh. Het NIMH
verwacht in de komende jaren nog meer schenkingen en bekijkt de mogelijkheid
om het Sweep-project uit te breiden met Nieuw-Guinea.
Decoraties, Nagedachtenisoorkonde en Draaginsigne Gewonden
In 2010 heeft H.M. de Koningin op voordracht van de
minister van Defensie aan vijftien militairen dapperheidsonderscheidingen
toegekend voor hun optreden tijdens de ISAF-missie in Afghanistan en de
vroegere UNPROFOR-missie in het voormalig Joegoslavië. De toekenning van de
Nagedachtenisoorkonde is in 2009 met terugwerkende kracht hersteld. Tot op
heden zijn de oorkondes uitgereikt aan de nabestaanden van 160 omgekomen
militairen.
Over de aanvraag en toekenning van het draaginsigne gewonden (DIG) zijn
afspraken gemaakt met het zorgloket voor militaire oorlogs- en
dienstslachtoffers (MOD) bij ABP. De vergelijking van de bestanden van de
Centrale adviescommissie draaginsigne gewonden (CADIG) en het zorgloket MOD
moet ertoe leiden dat aan oorlogsslachtoffers alsnog kan worden gevraagd of
zij in aanmerking willen komen voor een DIG.
Voorlichting bij dienstverlaten en contact met veteranen
Vanaf de zomer van 2011 worden militairen bij het verlaten van de dienst door het Veteraneninstituut en het Veteranen Platform voorgelicht over het veteranenbeleid. Zij worden opgenomen in de administratie van het Veteraneninstituut en ontvangen automatisch de veteranenpas. Ten behoeve van het contact met veteranen worden veteranenverenigingen ondersteund bij hun ledenadministratie en bij de uitnodiging van veteranen voor verenigingsactiviteiten. Veteranen zullen vanaf volgend jaar periodiek schriftelijk worden benaderd door het Veteraneninstituut. Daarbij worden zij geïnformeerd over de verschillende aspecten van het veteranenbeleid en actuele ontwikkelingen.
Uitgaven erkenning van en de waardering voor
veteranen
De defensiebegroting bevat een overzicht van de uitgaven voor het
veteranenbeleid. De uitgaven in 2011 voor de erkenning en waardering van
veteranen zijn begroot op € 8,2 miljoen. De uitgaven voor de
reüniefaciliteiten van de operationele commando’s zijn begroot op € 1,4
miljoen. Tabel 10 bevat een overzicht van de verschillende bedragen.
Hoofdstuk 3 Zorg
In de Veteranennota 2005 is een aantal
beleidsvoornemens met betrekking tot de zorg voor veteranen geformuleerd.
Het betrof onder meer de oprichting van het Landelijk Zorgsysteem voor
Veteranen (LZV), het Centraal aanmeldingspunt bij het Veteraneninstituut
(CAP), het zorgloket MOD bij de stichting pensioenfonds ABP (ABP), de
ontwikkeling en invoering van de keuringsprotocollen voor WIA-IP, PTSS en
LOK en de vergoeding van letselschade. De veteranennota 2009-2010 is
uitgebreid ingegaan op de zorgketen voor militairen. In dit hoofdstuk
worden de belangrijkste actuele ontwikkelingen beschreven.
Materiële zorg voor oorlogs- en dienstslachtoffers
Het zorgloket MOD bij het ABP bestaat vier jaar. Vanwege de werklast is
de capaciteit van casemanagers en zorgcoördinatoren in 2011 uitgebreid tot
12,5 functies. Gemiddeld hebben casemanagers 50 en zorgcoördinatoren 70
cliënten. In 2010 is de deskundigheid van casemanagers en zorgcoördinatoren
verder vergroot door onder meer trainingen op het gebied van
verslavingsproblematiek en conflictbemiddeling. De samenwerking tussen het
CAP, stichting de Basis en het LZV is in het afgelopen jaar geëvalueerd. De
samenwerking verloopt goed. Defensie heeft met het zorgloket MOD en met
stichting de Basis afspraken gemaakt over schuldhulpverlening. Het gaat
hierbij niet alleen om de ondersteuning van veteranen bij acute problemen
maar ook om schuldpreventie.
Vaststellen invaliditeit volgens de protocollen
WIA-IP, PTSS en LOK
De beoordeling van psychische invaliditeit wordt sinds 1 juli 2008
uitgevoerd met een protocol. Hierdoor is de kwaliteit en de
vergelijkbaarheidvan de beoordelingen toegenomen. De werkzaamheden van de
pensioen- en verzekeringsautoriteit die toeziet op de kwaliteit van de
beoordeling volgens de protocollen worden verder gestructureerd. De
evaluatiecyclus van de medische protocollen heeft vorm gekregen en de
interpretatieproblemen bij de nieuwe methodiek om de invaliditeit bij
psychisch getraumatiseerde militairen te schatten zijn opgelost. Na de
publicatie van de nieuwe ‘Diagnostic and Statistic manual of Mental
disorders’ (DSM) en de voltooiing van het betrouwbaarheidsonderzoek
worden de protocollen herzien.
Overgangsrecht protocollen
Er is een aanvullende overgangsregeling opgesteld voor militairen met een
voorlopig militair invaliditeitspensioen (MIP) die al vóór juli 2008 een of
meer herbeoordelingen hebben gehad en bij wie het invaliditeitspercentage
binnen een bandbreedte stabiel is gebleven. Het gaat om gewezen militairen
met een psychische aandoening. De overgangsregeling maakt een einde aan de
onzekerheid over de hoogte van hun invaliditeitspensioen. Ik verwacht dat
dit begeleiding en gezondheid van de betrokkenen ten goede zal komen.
Richtlijn medische eindtoestand
In het verlengde van de aanvullende overgangsregeling is ook een richtlijn voor de vaststelling van de medische eindtoestand opgesteld. Volgens deze richtlijn kan rechtspositioneel van een medisch stabiele toestand worden gesproken als de beperkingen na een toereikende behandeling gedurende een periode van een jaar ongewijzigd blijven. Met deze richtlijn wordt vooral uitvoering gegeven aan de voorgestane werkwijze van het zorgloket MOD. Bij het begin van de beoordeling ligt de nadruk op begeleiding, coaching, toetsing, behandeling en voorlichting. Na de tweede of derde herbeoordeling, in de regel binnen drie jaar, kan worden aangenomen dat de eindtoestand is bereikt. Hierna kan het invaliditeitspercentage niet meer dalen. Veelvuldige (reguliere) herbeoordelingen, waardoor het herstel kan worden belemmerd, worden op deze manier voorkomen.
Re-integratie van veteranen
De re-integratie van veteranen is in de Veteranennota van 2005 aangemerkt als aandachtspunt. Het Trimbos-instituut constateert in de evaluatie van het veteranenbeleid dat daar in de volgende nota’s niet op terug is gekomen. Dit betekent echter niet dat er geen aandacht aan is besteed. Per 1 januari 2007 is de nota ‘Herzien Re-integratiebeleid Defensiepersoneel’ van kracht geworden. In deze nota zijn de wettelijke re-integratieverplichtingen en de aanvullende activiteiten opgenomen. Het re-integratiebeleid geldt voor alle medewerkers van Defensie. Voor oorlogs- en dienstslachtoffers zijn echter specifieke maatregelen getroffen. Bij ontslag wordt de verantwoordelijkheid voor hun re-integratie overgenomen door het zorgloket MOD. Het zorgloket is ook verantwoordelijk voor de (sociale) re-integratie van gewezen militairen die pas na hun ontslag als militair te maken krijgen met een dienstverbandaandoening.
Dagen voor dienstslachtoffers
Vanaf het komend najaar worden de dagen voor de dienstslachtoffers weer
georganiseerd. Vanwege de positieve reacties is gekozen voor kleinschalige
bijeenkomsten in de regio. Bij de voorgaande dagen is gebleken dat in
verhouding minder jonge dienstslachtoffers deelnemen. Met een aantrekkelijk
programma wordt geprobeerd hun aanwezigheid te bevorderen. Tijdens de
eerstvolgende dagen wordt opnieuw specifiek aandacht aan de partners van
dienstslachtoffers besteed. Militairen die recent invalide zijn geraakt,
worden eveneens voor de dagen uitgenodigd.
Letselschadeclaims
Tabel 12 bevat een overzicht van de claims en procedures die verband houden met letselschade. Het aantal claims dat in behandeling is, daalde in 2010. Verder zijn in 2010 minder nieuwe schadeclaims ingediend. Van de claims in verband met uitzending is het grootste deel van veteranen van de missies in Libanon en het voormalige Joegoslavië. De claims hebben vooral betrekking op psychisch letsel. Op dit moment zijn er 22 schadeclaims in behandeling die verband houden met de inzet in Afghanistan.
Schadevergoeding
Met de brief van 14 februari 2007 (Kamerstuk 30 139, nr. 22) is de Kamer geïnformeerd over de schadeloosstelling van militairen die vanaf 1 juli 2007 onder buitengewone of daarmee vergelijkbare omstandigheden invalide zijn geraakt. Over deze regeling is overleg gevoerd met de centrales van overheidspersoneel. De centrales wilden niet met de regeling instemmen zolang er voor veteranen van voor 2007 geen regeling is getroffen. Na bemiddeling door de Nationale Ombudsman zien Defensie en de centrales mogelijkheden om tot een regeling voor oude veteranen te komen. Hieraan zijn kosten verbonden waarvoor geen dekking is gevonden binnen de begroting. De financiering voor de schadeloosstelling na 1 juli 2007 is opgenomen in de begroting.
Immateriële zorg voor veteranen en
dienstslachtoffers
In 2010 was sprake van een lichte daling van het aantal veteranen dat in
behandeling is bij het LZV. Het dossier van een
cliënt blijft open staan zolang een cliënt in de keten nog in behandeling is
of wordt begeleid. De aanmeldingen bij het CAP zijn in toenemende
mate afkomstig van veteranen van recente missies
en van dienstslachtoffers. In de tabellen 13 tot en met 15 is informatie
over het CAP opgenomen.
Defensie heeft een analyse gemaakt van de nazorgvragenlijsten voor de periode tot en met 2009. Bij 5,4 procent van de respondenten bleek uiteindelijk zorg nodig. Militairen met ernstige problemen hadden daarvoor vaak al hulp gezocht. Bij het non-respons onderzoek bleek de gezondheid van de militairen die de vragenlijst niet hadden ingevuld gemiddeld iets beter dan degenen die de vragenlijst wel hadden ingevuld. Om de kwaliteit van de vragenlijst te verbeteren is een validatieonderzoek gestart. De analyse voor de nazorgvragenlijsten in 2010 is binnenkort gereed. Het onderzoek van de Inspecteur Militaire Gezondheidszorg (IMG) naar de uitzendzorg (Militaire Geestelijke Gezondheidszorg, MGGZ) wordt op korte termijn voltooid. Na de evaluatie van het LZV wordt de voorbereiding van de evaluatie van de MGGZ ter hand genomen.
Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen
Op 6 augustus 2010 is het nieuwe convenant voor het LZV getekend.
Met mijn brieven van 2 maart jl. (Kamerstuk 30
139 nr. 88) en 15 april jl. (Kamerstuk 30 139, nr. 90) heb ik de Kamer
daarover geïnformeerd. In de komende periode wordt verder gewerkt aan
de standaardisering van de zorg van het LZV, de waarborging van de kwaliteit
van de zorg, kennisoverdracht en de doeltreffendheid en doelmatigheid van
handelen. Op verzoek van de RZO wordt door het Trimbos-instituut de CQ-index
(consumer quality) voor de veteranenketenzorg ontwikkeld. Deze
CQ-index meet de cliëntwaardering van de ketenzorg en de aansluiting van de
zorg tussen de instellingen.
Geestelijke verzorging voor veteranen
In de afgelopen jaren is het aantal vrijwilligers van het netwerk van geestelijk verzorgers voor veteranen gedaald. Om die reden zijn voormalig geestelijk verzorgers uitgenodigd tot het netwerk toe te treden. Tien geestelijk verzorgers hebben daarop positief gereageerd waardoor het weer mogelijk is een geestelijk verzorger aanwezig te laten zijn bij evenementen voor veteranen. Voorts zal de inhoudelijke rol van de geestelijke verzorging beter worden beschreven. Met het Kennis- en onderzoekscentrum (KOC) van het Veteraneninstituut wordt onderzoek gedaan naar de rol die de geestelijke verzorging kan vervullen rondom het thema zingeving bij uitzendingen.
Ondersteuning nulde lijn
Niet alle veteranen die hulp nodig hebben, maken gebruik van de
zorginstellingen van Defensie. In enkele gevallen kan zelfs sprake zijn van
zorgmijders. Ik hecht belang aan initiatieven om beter beschikbaar te zijn
voor deze veteranen en hen actief te benaderen. Hierbij speelt het netwerk
van relaties, vrienden en lotgenoten van de veteraan, de zogenoemde nulde
lijn, een belangrijke rol. Defensie streeft naar een nieuwe structuur om de
samenhang te bevorderen tussen de organisaties die zorgactiviteiten
organiseren en uitvoeren, hun toerusting van deze organisaties en hun
presentatie. Ook wordt aandacht besteed aan de samenhang van deze
organisaties met professionele zorginstellingen. Tot slot worden de
toegankelijkheid en betrouwbaarheid van de nulde lijn bekeken. Ik streef
naar de voltooiing hiervan eind 2011.
Monitor belasting en zorg
In de Veteranennota 2009–2010 (Kamerstuk 30 139, nr. 75) is uiteengezet
dat de belasting van militairen en hun thuisfront door uitzendingen een
belangrijk aandachtspunt is. Met behulp van de Monitor Belasting en Zorg wil
Defensie inzicht krijgen in de invloed van het militaire beroep op de
werknemer en zijn thuisfront. Met mijn brief van 14 januari jl. (Kamerstuk
30 139, nr. 85) heb ik de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van de
eerste rapportage van de Monitor Belasting en Zorg. Deze zijn over het
algemeen positief. Militairen zijn zeer gemotiveerd tijdens uitzendingen en
de voorbereiding daarop. De combinatie van werk en privé vormt een
aandachtspunt maar dit is niet de belangrijkste factor om de dienst te
verlaten. In de volgende rapportage van de monitor zal aandacht worden
besteed aan de zorg van Defensie. Ik verwacht dat de tweede rapportage dit
najaar wordt voltooid.
Integraal zorgconcept Defensie
Zoals toegezegd in de Veteranennota 2009-2010 wordt op dit moment gewerkt aan de opstelling van een integraal zorgconcept waarin de volledige zorgketen voor militairen en hun relaties wordt beschreven. Deze zorgketen wordt door de operationele commando’s uitgewerkt in afzonderlijke zorgdocumenten. In deze zorgdocumenten wordt het integraal zorgconcept toegesneden op de specifieke werkwijze van het operationele commando.
Evaluatie (na-)zorg ISAF
Tijdens het notaoverleg Veteranenzorg op 24 juni 2010 (Kamerstuk 30 139, nr. 77) is de Kamer informatie toegezegd over ‘lessons learned’ ten aanzien van de (na-)zorg met betrekking tot de missie in Afghanistan. Deze lessen zullen ook worden betrokken bij de eindevaluatie van ISAF.
Uitgaven voor de zorg
In de defensiebegroting 2011 is een overzicht opgenomen van de uitgaven
voor veteranen en voor zorg en nazorg. Voor de materiële zorg voor oorlogs-
en dienstslachtoffers is voor 2011 een bedrag van € 112 miljoen begroot.
Sinds dit jaar is in de defensiebegroting € 2 miljoen voor het
maatschappelijk werk van stichting de Basis voor veteranen opgenomen. Ik heb
de Kamer daarover geïnformeerd met mijn brief van 11 februari jl. (Kamerstuk
30 139, nr. 86). Voor het LZV is € 630.000 opgenomen in de begroting (
tabel 10 en tabel 11).
Hoofdstuk 4 Wetenschappelijk onderzoek
Kennis en onderzoek Veteraneninstituut
Het kennis- en onderzoekscentrum (KOC) van het Veteraneninstituut heeft als taak wetenschappelijk onderzoek te bevorderen en onderzoek uit te voeren. Momenteel onderzoekt het KOC de cliëntstromen binnen het LZV en dan vooral de problematiek van zorgmijders en veteranen die voortijdig een behandeltraject afbreken. Verder wordt vervolgonderzoek gedaan naar de betekenis die veteranen aan hun uitzending toekennen. De heer drs. M. Elands is bij het KOC begonnen met een promotieonderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van het Nederlandse veteranenbeleid in de periode 1985 – 2010. Hierbij worden de positie en de invloed van de belangrijkste actoren onderzocht. De Nederlandse Politieacademie verricht samen met het KOC een onderzoek naar het aantal en de aard van de contacten die de politie heeft met veteranen. Het Centrum ’45 verricht samen met het KOC een onderzoek naar de opvattingen van veteranen en hun partners over de kwaliteit van de hulpverlening.
Onderzoek geestelijke gezondheidszorg
In het kader van de MGGZ worden drie onderzoeken uitgevoerd. Het gaat om onderzoek naar prospectie in stressgerelateerd militair onderzoek (PRISMO) en naar de biologische effecten van traumatische ervaringen (BETER) en het promotieonderzoek Slaap en PTSS. Daarnaast wordt onderzoek verricht bij de Universiteit Utrecht naar de plasticiteit van aversieve herinneringen.
PRISMO is een longitudinaal cohortonderzoek naar stressgerelateerde psychobiologische factoren in relatie tot uitzending. Begin 2011 zijn er twee deelonderzoeken gepubliceerd. Het eerste deelonderzoek betreft het onderzoek naar glucocorticoid receptoren (GR). Militairen met een verhoogd aantal GR zijn vatbaarder voor de ontwikkeling van posttraumatische stressklachten. Deze relatie wordt op dit moment verder onderzocht. Uit het tweede deelonderzoek blijkt dat de hersenen van militairen na uitzending actief reageren op dreiging. Een jaar na uitzending is dit effect weer verdwenen.
Het onderzoek BETER is gericht op biologische afwijkingen en de mate waarin deze herstellen (neuroplasticiteit) bij patiënten met PTSS. Van het promotieonderzoek Slaap en PTSS maakt een aantal onderzoeken deel uit. Het gaat om een randomized controlled trial naar het effect van Prazosine bij de behandeling van nachtmerries bij PTSS, onderzoek naar slaap-EEG en biologische ritmen bij PTSS en om neuroimaging met MRI van slaap bij PTSS.
Het onderzoek naar plasticiteit van aversieve herinneringen wordt verricht door prof.dr. I.M. Engelhard van de Universiteit Utrecht. Het onderzoek heeft betrekking op de geheugenvorming bij stress en psychotraumata en de wijze waarop dat zodanig kan worden beïnvloed dat later geen of minder klachten ontstaan. De RZO adviseert mij over het wetenschappelijk onderzoek op dit gebied.
Onderzoek Universitair Medisch Centrum (UMC)
Groningen
Het UMC Groningen verricht momenteel onderzoek naar de betrouwbaarheid van
de nieuwe schattingsmethodiek uit het PTSS-protocol. De betrouwbaarheid laat
zien in hoeverre verschillende artsen bij dezelfde casus tot een
gelijkluidend advies komen. De uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt
om de methodiek te evalueren en te verbeteren. Dit onderzoek zal worden
aangevuld met een vergelijkend onderzoek van de door Defensie gebruikte
methodiek om de invaliditeit bij psychisch getraumatiseerde militairen te
schatten met de onlangs in Amerika geïntroduceerde systematiek van de
American Medical Association (AMA – GUIDES VI). Met dit
aanvullende onderzoek wordt de betrouwbaarheid van beide systemen vergeleken
waardoor het inzicht in de betrouwbaarheid van de richtlijn van Defensie
wordt vergroot. Ook worden de civiele letselschadepraktijk en de afwikkeling
van letselschade bij Defensie met elkaar vergeleken.
Uitgaven voor het wetenschappelijk onderzoek
In de defensiebegroting is een overzicht opgenomen van de uitgaven voor het veteranenbeleid. De kosten van wetenschappelijk onderzoek maken daar deel van uit. Met de onderzoeken op het gebied van de MGGZ is in totaal € 850.000 gemoeid. De kosten van het onderzoek van het UMC Groningen bedragen in totaal € 320.000
Hoofdstuk 5 Overige onderwerpen
Veteranenregistratiesysteem (VRS)
Het VRS wordt gebruikt om de gegevens van veteranen te registreren ten behoeve van contact over activiteiten op het gebied van erkenning en waardering of vanwege zorg. Het VRS kan ook worden gebruikt voor onderzoek. Door de koppeling van het VRS aan de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) zijn de adresgegevens van veteranen die in Nederland wonen steeds actueel. De opname van de gegevens van veteranen is verplicht. Wel kunnen de gegevens van een veteraan op diens verzoek worden afgeschermd. In de afgelopen rapportageperiode is verder gewerkt aan de vulling en opschoning van het VRS. De kwantitatieve gegevens van het VRS treft u aan in tabel 3.
Het beheer en de registratie van de gegevens van veteranen zijn vanaf 1 januari 2011 overgedragen aan het Dienstencentrum Human Resources (DCHR) van Defensie. De gegevens van veteranen worden verstrekt in overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens en de daarover opgestelde protocollen. In de rapportageperiode heeft Defensie gegevens aangeleverd voor wetenschappelijk onderzoek. Verder wordt in 2011 medewerking verleend aan de vulling van het nieuwe Cliënt Zorgsysteem (CZS) van het ABP met uitzendgerelateerde gegevens. Ook zijn in 2010 aan 274 gemeenten en in 2011 tot dusver aan 103 gemeenten gegevens uit het VRS ter beschikking gesteld voor het organiseren van activiteiten voor veteranen. Ten slotte worden, zoals eerder opgemerkt, verenigingen van veteranen ondersteund bij het op orde brengen van hun ledenadministratie.
Klachtenregeling
Naar aanleiding van de motie van de leden Poppe, Voordewind, Eijsink en
Diks van 27 november 2008 (Kamerstuk 31 700, nr. 37) is besloten tot de
instelling van een centrale klachtenfunctionaris en een centrale
klachtencommissie voor veteranen en dienstslachtoffers. De overkoepelende
centrale klachtencommissie is bedoeld voor de behandeling van klachten over
de uitvoering van het veteranenbeleid door het LZV of door Defensie, het ABP
of het Veteraneninstituut. Met mijn brief van 15 september 2010 (Kamerstuk
30 139, nr. 81)
heb ik de Kamer geïnformeerd over het voornemen tot de instelling van
een centrale klachtencommissie voor veteranen en militaire oorlogs- en
dienstslachtoffers. Zoals onder meer toegezegd op
20 oktober 2010 (Kamerstuk 30 139, nr.
83), zal ik de Klachtencommissie instellen na overleg met de Kamer.
Bijeenkomst veteranenbeleid
Op 16 juni a.s. zal tijdens een bijeenkomst op de Zwaluwenberg in
Hilversum met verschillende autoriteiten van gedachten worden gewisseld over
de maatschappelijke positie van veteranen en de gezamenlijke
verantwoordelijkheid van Defensie en de maatschappij voor veteranen. Verder
wordt tweemaal per jaar gesproken met de contactraad voor de uitvoering van
het veteranenbeleid. Dit overleg wordt voorgezeten door het
Veteraneninstituut en bestaat verder uit vertegenwoordigers van Defensie,
het VP, de BNMO, het LZV en de centrales van overheidspersoneel.
Hoofdstuk 6 Evaluatie van het veteranenbeleid
Tijdens het notaoverleg van 24 juni 2010 is een evaluatie van het veteranenbeleid toegezegd. Het Veteraneninstituut en het Trimbos-instituut hebben de evaluatie uitgevoerd. De evaluatie stelt vast dat de opbouw van de benodigde structuren voor het veteranenbeleid en de rapportages over de voortgang daarvan in de afgelopen jaren prioriteit hebben gehad. De resultaten die met het beleid zijn geboekt hebben minder aandachtgehad. In de komende periode zal de aandacht verschuiven naar de resultaten die met de opgebouwde structuren worden geboekt. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de belangrijkste bevindingen van de evaluatie van het veteranenbeleid op het gebied van erkenning en waardering en met betrekking tot de zorg voor veteranen.
Bevindingen evaluatie erkenning en waardering
In de periode 2005-2010 veel activiteiten ontplooid, waarvan de Nederlandse Veteranendag en de daaraan verbonden activiteiten het meest in het oog springen. De beleidsintensivering had tot doel de maatschappelijke waardering voor veteranen te vergroten. Dit is niet in specifieke en meetbare subdoelen vertaald.
Sinds 2005 zijn instrumenten ontwikkeld om de maatschappelijke waardering voor veteranen te kunnen vaststellen. Jaarlijks verricht Blauw Research onderzoek onder de Nederlandse bevolking naar de bekendheid met de inzet van militairen en op de waardering voor groepen veteranen. De uitkomsten van het onderzoek bevestigen dat de beeldvorming over veteranen de afgelopen jaren verbeterd is. Ook onderzoeken de stichting Nederlandse Veteranendag en het veteraneninstituut hoe veteranen en anderen oordelen over de Nederlandse Veteranendag en of veteranen waardering ervaren. Voor de evaluatie en ontwikkeling van het veteranenbeleid zijn ook de opvattingen van veteranen van belang. Sinds december 2010 is het zogenoemde ‘Online Veteranenpanel’ operationeel. Door middel van dit panel kunnen vragen worden voorgelegd aan veteranen.
Uit de beschikbare informatie blijkt dat het beleid voor de erkenning en waardering van veteranen succesvol is geweest. Een meerderheid van de veteranen oordeelt positief over de meeste onderdelen van het veteranenbeleid. Verder voelen de meeste veteranen zich door de overheid en Defensie, en door de directe omgeving, gewaardeerd. Wel ondervinden veteranen minder waardering uit de samenleving en de media. Ook zijn de onderzoekers van mening dat de actieve benadering van veteranen nog verder kan verbeterd worden.
De taken van de stichting Nederlandse Veteranendag en van het Veteraneninstituut zullen voor 2012 en volgende jaren worden vertaald in haalbare doelstellingen, activiteiten en te bereiken effecten. Hierdoor worden de effecten van het beleid beter meetbaar.
Bevindingen evaluatie Veteranenzorg
In de Veteranennota 2005 is een aantal beleidsvoornemens voor de veteranenzorg geformuleerd. In de jaarlijkse veteranennota’s werd vooral verslag gedaan van de voortgang van de processen sinds 2005. Het gaat daarbij om de vorming van het LZV, de instelling van het CAP, de oprichting van het zorgloket, de ontwikkeling en invoering van de protocollen en de voorbereiding van wetgeving voor veteranen. De effecten van dit beleid zijn nog niet vastgesteld.
Uit de evaluatie komt naar voren dat er veel waardering bestaat voor wat er op het gebied van de veteranenzorg is bereikt. Ook is duidelijk dat de veteranenzorg nog verder moet worden ontwikkeld. Dit blijkt ook uit interne evaluaties van Defensie en uit signalen vanuit politiek en de praktijk over een aantal specifieke onderwerpen.
De evaluatie van het Trimbos-instituut bevestigt de ontwikkeling die de zorg in de afgelopen twee decennia heeft doorgemaakt. De belangrijkste conclusie is dat de toegezegde maatregelen en voorzieningen op het gebied van zorg grotendeels zijn waargemaakt. Op dit moment is er nog relatief weinig inzicht in de resultaten die daarmee zijn geboekt. Dit is inherent aan de ontwikkelingsfase waarin het veteranenbeleid zich bevindt. De opbouw van de benodigde structuren heeft in de afgelopen periode prioriteit gehad. In de komende periode kan de aandacht verschuiven naar de resultaten van het zorgsysteem.
Duidelijkheid en verankering van beleid
Veteranen die zijn aangewezen op zorg hebben behoefte aan duidelijkheid, zekerheid en helderheid over rechten en procedures. De Veteranenwet is volgens het Trimbos-instituut een belangrijk middel om het beleid en de rechten van veteranen te verankeren.
Betrokkenheid VWS en zorgverzekeraars bij veteranenzorg
Een ander aspect is de reikwijdte van het beleid. Het grootste deel van de immateriële veteranenzorg wordt gefinancierd vanuit de Zorgverzekeringswet. Het Trimbos-instituut vraagt aandacht voor het nadrukkelijker betrekken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de zorgverzekeraars bij de totstandkoming van goede immateriële zorg. Defensie zal de contacten met VWS en de zorgverzekeraars dan ook intensiveren.
Re-integratie
Volgens het Trimbos-instituut moet er aandacht zijn voor de re-integratie van veteranen die langdurige of blijvende mentale schade hebben opgelopen en psychische of sociale ondersteuning nodig hebben. Perspectief op volledige ‘genezing’ is er dan vaak niet meer. Dat mag er echter niet toe leiden dat ook het perspectief op een zinvol sociaal en maatschappelijk leven verloren gaat. Re-integratie en rehabilitatie van veteranen met langdurige of blijvende lichamelijke of psychische problemen zouden ook integraal deel moeten uitmaken van het veteranenbeleid. Deze aanbeveling neem ik over.
Beoordeling van invaliditeit
Een aantal veteranen is niet tevreden over de keuring en de toekenning van militaire invaliditeitspensioenen (MIP). Veteranen met psychische problemen zijn van mening dat zij onvoldoende worden begeleid als zij een MIP aanvragen bij het ABP. Verder zijn er, ondanks de overgangsregeling, nog klachten over de verlaging van het MIP bij herkeuring en de toepassing van het PTSS-protocol door verzekeringsartsen.
Een van de criteria voor toekenning van een MIP is dat de (ex-)militair een traumatische ervaring moet hebben gehad in dienstverband. Indien dit niet het geval is, kan een 'oorzakelijk of verergerend dienstverband' worden vastgesteld en wordt geen MIP toegekend, zelfs als PTSS is vastgesteld. De grens tussen wel of geen toekenning van een MIP is voor een betrokken veteraan niet altijd duidelijk. Omdat hiernaar geen onderzoek is verricht kan niet worden vastgesteld of sprake is van een structureel probleem.
Informatie materiële zorg
Bij de materiële zorg spitst de kennisbehoefte zich daarom toe op de uitkomsten van de keuringen voor een MIP. Door een vernieuwde registratie komt er meer informatie beschikbaar over de achtergrond van de aanvragers en ook zou bestaande informatie beter kunnen worden benut, zoals de relatie tussen uitzending en de aanvraag van een MIP. Voorts kunnen klachtenprocedures inzicht verschaffen in knelpunten bij de uitvoering van de PTSS en LOK-protocollen. Ook kunnen de uitkomsten van het geneeskundig onderzoek bij dienstverlating een aanwijzing vormen van uitzendingen met een verhoogd risico en daardoor te verwachten aanmelding bij het ABP
Daarnaast beveelt het Trimbos-instituut aan om beschikbare en toekomstige registratiegegevens van het ABP te analyseren om inzicht te krijgen in knelpunten, trends en eventuele risicogroepen. Het betreft gegevens over de uitkomsten van (her)keuringen in relatie tot diagnostiek, uitzending en bezwaar- en beroepsprocedures. Deze aanbeveling neem ik over. Het Trimbos-instituut adviseert ook om de uitkomsten van het geneeskundig onderzoek bij dienstverlating te analyseren en hierbij een schatting te maken van het percentage veteranen bij wie een aanvullende psychologische beoordeling is uitgevoerd, gerelateerd aan de uitzending. Ik neem deze aanbeveling in beraad.
Informatie werking LZV
Voor de beoordeling van de immateriële zorg voor veteranen is het van belang dat er een registratie komt van de effecten van het LZV. Hiermee kan de kwaliteit het LZV worden aangetoond en kunnen punten ter verbetering worden gesignaleerd. Daartoe moet eerst informatie beschikbaar komen over de omvang van de doelgroep, de benodigde capaciteit van het LZV, de werking van de ketenzorg, de meerwaarde van het LZV ten opzichte van de reguliere zorg en de kosten van de zorg van het LZV.
Kernindicatoren immateriële veteranenzorg
Het Trimbos-instituut heeft een aantal kernindicatoren voor de immateriële veteranenzorg geformuleerd. Naast de bestaande databestanden en registraties zullen voor de uitwerking van de beleidsindicatoren ook nieuwe informatiesystemen en registraties moeten worden ontwikkeld. Het Trimbos-instituut adviseert representatief onderzoek te verrichten naar de actuele maatschappelijke situatie, gezondheidssituatie en zorgbehoeften van veteranen, zodat een schatting kan worden gemaakt van de mogelijke hulpvraag van veteranen en daarmee van de benodigde capaciteit van het LZV nu en in de toekomst. Tevens wordt een verkenning aanbevolen naar de mogelijkheden van een koppeling aan het NEMESIS-bevolkingsonderzoek. Deze Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study is een grootschalige studie naar de psychische gezondheidstoestand van de Nederlandse bevolking van 18 tot en met 64 jaar.
Registratie patiëntenstroom LZV
Het Trimbos-instituut adviseert een integraal registratiesysteem in te voeren waarmee het LZV de patiëntenstroom in kaart kan brengen. Een dergelijke registratie zal inzicht kunnen geven in succesfactoren en knelpunten van het LZV. Hierbij valt te denken aan de overgang tussen ketenpartners, voortijdige uitval, of uitstroom naar zorgaanbieders buiten het LZV. Een dergelijk registratiesysteem wordt op dit moment ontwikkeld.
Kwaliteit van de zorg
Het Trimbos-instituut stelt voor de kwaliteit van de zorg te meten met behulp van visitatieteams die op een gestructureerde wijze de kwaliteit van de geboden zorg inventariseren en rapporteren. Een kwantitatieve beoordeling van de kwaliteit van zorg is nog niet aan de orde vanwege het netwerkkarakter van het LZV. Ook moet de kwaliteit van de zorg worden gemeten vanuit het cliëntperspectief. Dit traject is al ingezet met de ontwikkeling van een CQ-Index Veteranenketenzorg voor de meting van ervaringen van cliënten
Hoofdstuk 7 Beleidsvoornemens 2011-2012
Veteranenwet
In het regeerakkoord is afgesproken dat het kabinet in
nauw overleg met de Tweede Kamer tot een veteranenwet komt. Bij mijn
aantreden heb ik het initiatief van de Tweede Kamer voorrang gegeven en
ambtelijk ondersteuning van de zijde van Defensie toegezegd. Ik wacht de
afronding van dit initiatief af.
Revisie geneeskundige protocollen
De verzekeringsgeneeskundige protocollen voor de beoordeling van invaliditeit (WIA-IP, PTSS en LOK) worden aangepast in de komende periode na de publicatie van de nieuwe Diagnostic and Statistic manual of Mental disorders (DSM) en de voltooiing van het betrouwbaarheidsonderzoek van het Universitair Medisch Centrum Groningen.
Integraal zorgconcept Defensie
Ik streef ernaar in de komende periode het integrale zorgconcept definitief te kunnen vaststellen. Daarin worden de volledige zorgketen voor militairen en hun relaties beschreven en de uitwerking daarvan in afzonderlijke zorgdocumenten voor de operationele commando’s. Een belangrijk onderdeel van het zorgconcept is de begeleiding van militairen die gewond zijn geraakt en de samenwerking tussen de materiële en de immateriële zorg voor veteranen en dienstslachtoffers.
Evaluatie (na-)zorg ISAF
In overeenstemming met de toezegging tijdens het notaoverleg Veteranenzorg op 24 juni 2010 wordt de Kamer in de komende periode geïnformeerd over de ‘lessons learned’ ten aanzien van de (na-)zorg met betrekking tot de missie in Afghanistan als onderdeel van de eindevaluatie ISAF.
Evaluatie van het veteranenbeleid
Ik ben in deze veteranennota ingegaan op de evaluatie van het veteranenbeleid zoals die door het Veteraneninstituut en het Trimbos-instituut is verricht. In de komende periode zal de aandacht verschuiven naar het zichtbaar maken van de resultaten die met het veteranenbeleid worden geboekt. Defensie gaat aan de slag met de bevindingen en aanbevelingen die het Veteraneninstituut en het Trimbos-instituut op dit gebied hebben gedaan.
DE MINISTER VAN DEFENSIE
drs. J.S.J. Hillen
BIJLAGE Veteranennota 2010-2011 gegevens
veteranenbeleid
Tabel 1: Overzicht postactieve veteranen op grond van trendanalyse
|
|
1990 |
2005 |
2010 |
2015 (prognose) |
|
WO2 |
135.000 |
16.500 |
5.000 |
2.000 |
|
Nederlands –Indië |
120.000 |
60.000 |
35.000 |
20.000 |
|
Nieuw-Guinea |
27.000 |
20.000 |
15.000 |
13.500 |
|
Korea |
3.000 |
2.000 |
1.000 |
500 |
|
Vredesmissies |
8.000 |
47.500 |
55.000 |
70.000 |
|
Totaal |
293.000 |
146.000 |
111.000 |
106.000 |
(Bron Veteraneninstituut, standdatum 010411)
Tabel 2: Het aantal veteranen met een veteranenpas
|
Periode |
1 april 2009 |
1 april 2010 |
1 april 2011 |
|
Missies voor 1979 |
57.897 |
55.153 |
44.139 |
|
Missies vanaf 1979 |
17.598 |
19.675 |
23.282 |
|
Totaal |
75.495 |
74.828 |
67.421 |
(Bron Veteraneninstituut, standdatum 010411)
Tabel 3: Aantal postactieve veteranen in het VRS
|
Status in VRS |
Per 1 april 2009 |
Per 1 april 2010 |
Per 1 april 2011 |
|
Totaal opgenomen |
244.000 |
250.000 |
252.000 |
|
Waarvan overleden |
83.000 |
93.000 |
101.000 |
|
Gekoppeld met GBA |
90.000 |
97.000 |
88.000 |
|
In het buitenland |
8.000 |
9.000 |
10.000 |
|
Niet gekoppeld met GBA (80+ ers) |
63.000 |
51.000 |
53.000 |
(Bron VRS, standdatum 010411)
Tabel 4: Overzicht vredesoperaties in de periode 1 april 2010 tot 1 april 2011 (ad artikel 1, onderdeel a, onder 1°, VVHO).
|
Inzet in het kader van de Nederlandse bijdrage aan: |
|
|
Vredesoperatie |
Datum aanvang |
|
United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) |
15-07-1996* |
|
European Union Force in en rond voormalig Joegoslavië (EUFOR) |
02-12-2004 |
|
KFOR |
11-06-1999 |
|
Operatie Enduring Freedom in gebied van verantwoordelijkheid van USCENTCOM |
05-11-2001 |
|
International Security Assistance Force (ISAF) in Afghanistan |
21-12-2001 |
|
Nationale bijdrage aan ISAF incl. Airbase Minhad, VAE |
01-08-2010 |
|
Redeployment Taskforce (RDTF) ISAF, incl. Fujaira VAE |
01-04-2010 |
|
European Union Police Mission (EUPM) |
21-05-2002 |
|
NAVO Trainingsmissie in Irak (NTM-I) |
20-02-2005 |
|
European Union Border Assistance Mission Rafah (EU BAM Rafah) in Israël |
25-01-2006 |
|
United Nations Mission in Sudan (UNMIS) in Soedan |
04-03-2006 |
|
European Union Security Sector Reform Mission in Democratic Republic Congo (EUSEC DRC) in de Democratische Republiek Congo |
15-05-2006 |
|
Security Sector Reform Mission in Burundi (SSR Burundi) |
01-01-2007 |
|
Operatie Active Endeavour (OAE) in het Middellandse Zeegebied; beëindigd op 14-10-2007 |
22-04-2007 |
|
European Union Police Mission (EUPOL) in Afghanistan |
15-06-2007 |
|
Light Support Package t.b.v. opbouw United Nations Assistance Mission in Darfur (UNAMID) |
13-08-2007 |
|
European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX Kosovo) |
01-01-2008 |
|
African Union Mission in Soedan (Ethiopië) m.i.v. 1 september 2009 |
01-09-2009 |
|
United States Security Coordinator (USSC) in Ramallah (West Bank) |
01-12-2009 |
|
Maritieme NAVO-operatie Ocean Shield |
09-11-2009 |
|
United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) Nairobi, Kenia |
03-05-2010 |
|
Africa Contingency Operations Training and Assistance (ACOTA) |
10-01-2011 |
|
Inzet Ivoorkust; beëindigd 31-01-2011 |
17-12-2010 |
(Bron Regeling voorzieningen bij vredes- en humanitaire operaties, standdatum 010411)
* Betreft datum inwerkingtreding VVHO
Tabel 5: Aanvragen Herinneringsmedailles Vredesoperaties
Onderstaande drie overzichten betreffen de aanvragen van de operationele commando’s vanaf 2006 en geeft een indicatie van het aantal militairen dat werd uitgezonden.
|
HVO met missiegesp (*) |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
UNFICYP |
10 |
15 |
14 |
14 |
6 |
|
UNTSO |
10 |
11 |
10 |
11 |
2 |
|
EUMM |
6 |
3 |
2 |
- |
- |
|
KFOR |
8 |
42 |
18 |
56 |
9 |
|
ISAF |
6.176 |
5.893 |
5.856 |
6.417 |
3.824 |
|
Enduring Freedom |
139 |
10 |
7 |
6 |
3 |
|
EUPM |
11 |
9 |
9 |
8 |
- |
|
Stabilisation Force Irak |
1 |
- |
- |
- |
- |
|
EUFOR |
875 |
180 |
153 |
148 |
84 |
|
Totaal |
7.236 |
6.163 |
6.069 |
6.660 |
3.928 |
(*) Met name vanwege beeïndiging van de diverse missies zijn vanaf 2005 geen HVO’s meer toegekend voor SFOR, Luchtverdediging Turkije, UNMEE-Djibouti, UNMIL, UNIPTF, UNMIBH, WEU MAPE, OVSE Abanië, OVSE Moldavië, FEDMAC, BALKAN Luchtoperaties, Essential Harvest, ECPA, OVSE Macedonië, Mine Action Centre, EU Concordia, Amber Fox, SFOR/EUFOR.
|
HVO met generieke gesp (*) |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
‘VN Operaties’ |
217 |
475 |
595 |
59 |
30 |
|
‘NAVO Operaties’ |
31 |
84 |
14 |
271 |
477 |
|
‘EU Operaties’ |
66 |
10 |
186 |
294 |
605 |
|
‘Multinationale Operaties’ |
5 |
3 |
- |
1 |
6 |
|
‘NL SSR Operaties’ |
2 |
5 |
14 |
49 |
1 |
|
Totaal |
322 |
577 |
809 |
674 |
1119 |
(*) Met name vanwege beeïndiging van diverse missies
zijn vanaf 2005 geen HVO’s meer toegekend voor de OVSE-operaties.
|
HVO (alle gespen) |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Totaal |
7.558 |
6.740 |
6.878 |
7.334 |
5.047 |
(Bron: ‘Chapeau!’ - HDP/Afdeling Decoratiebeleid &
Toekenning Onderscheidingen, standdatum 010411)
Tabel 6 Aantal toegekende insignes
|
Insignes |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
|
Draaginsigne Gewonden (veteraan) |
75 |
101 |
87 |
100 |
55 |
|
|
Draaginsigne Gewonden (actief) |
76 |
123 |
117 |
41 |
43 |
|
|
Gevechtsinsigne (veteraan/actief) |
nvt |
nvt |
nvt |
1 |
3.025 |
|
(Bron: ‘Chapeau!’ - HDP/Afdeling Decoratiebeleid & Toekenning Onderscheidingen, standdatum 010411)
Tabel 7 Aantal Dapperheidonderscheidingen
|
Onderscheiding |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
MWO 4 |
1 |
- |
1 |
- |
- |
|
Bronzen Leeuw |
1 |
- |
- |
2 |
- |
|
Bronzen Kruis |
- |
- |
2 |
1 |
6 |
|
Kruis van Verdienste |
- |
5 |
11 |
6 |
9 |
|
Vliegerkruis |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Totaal |
2 |
5 |
14 |
9 |
15 |
(Bron: ‘Chapeau!’ - HDP/Afdeling Decoratiebeleid & Toekenning Onderscheidingen, standdatum 010411)
Tabel 8 Aantal aanvragen (eventueel postuum) voor veteranen
|
Onderscheiding |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Mobilisatie Oorlogskruis (WO II) |
62 |
40 |
81 |
88 |
84 |
|
Ereteken voor Orde en Vrede (Indië) |
29 |
19 |
39 |
1 |
2 |
|
Nieuw-Guinea Herinneringskruis |
65 |
64 |
65 |
60 |
77 |
|
Totaal |
156 |
123 |
185 |
149 |
163 |
(Bron: ‘Chapeau!’ - HDP/Afdeling Decoratiebeleid & Toekenning Onderscheidingen, standdatum 010411)
Tabel 9: Aantal gastoptredens van postactieve veteranen
voor het scholenproject
(Bron: Comité Nederlandse Veteranendag, standdatum 010411)
|
Soort onderwijs |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Primair (Basisonderwijs) |
38 |
31 |
23 |
39 |
|
Secundair (Voortgezet onderwijs) |
11 |
24 |
27 |
44 |
|
Speciale projecten (MBO, HBO (PABO) scouting, rijksinrichting, Legermuseum, musea) |
13 |
12 |
21 |
22 |
Tabel 10: Overzicht begrote subsidies en uitgaven voor postactieve veteranen en zorg in 2011
|
Omschrijving uitgaven voor erkenning en waardering |
X 1000€ |
|
Subsidie Nederlandse Veteranendag |
2.455 |
|
Subsidie en diverse uitgaven Stichting het Veteraneninstituut |
5.350 |
|
Subsidie Stichting Veteranen Platform |
158 |
|
In stand houden Veteranen Registratiesysteem |
30 |
|
Ondersteunen invoering defensiepassen voor veteranen, post-actieven en dienstslachtoffers |
50 |
|
Ondersteunen veteranenzaken door operationele commando’s |
1.435 |
|
Diverse uitgaven, zoals communicatie, ondersteunen veteranen buitenland, Taptoe, publicaties scholen project en overige publicaties |
164 |
|
Totaal |
9.642 |
(Bron: Rijksbegroting 2011, 6.3 bijlage – Overzichtconstructie van de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor zorg en nazorg)
|
Omschrijving uitgaven voor (na) zorg |
X 1000€ |
|
Invaliditeitspensioenen |
69.742 |
|
Nabestaandenpensioenen |
30.698 |
|
Sociale Zorg |
8.664 |
|
De uitvoering van het zorgloket militair zorgstelsel |
2.661 |
|
De Raad voor civiel-militaire Zorg en Onderzoek (RZO) |
258 |
|
Maatschappelijk werk voor veteranen |
2.000 |
|
Bijdragen aan onderzoek |
850 |
|
Ondersteuning organisatie dag voor dienstslachtoffers |
300 |
|
Totaal |
115.173 |
(Bron: Rijksbegroting 2011, 6.3 bijlage –
Overzichtsconstructie van de uitgaven voor veteranen en de uitgaven voor
zorg en nazorg )
Tabel 11: Begroting LZV
|
Begroting LZV |
Besteding 2010 in € |
Begroting 2011 in € |
|
Personeel |
245.000 |
245.000 |
|
Uitvoering LZV 2010 |
210.000 |
385.000 |
|
Totaal |
455.000 |
630.000 |
(Bron LZV, standdatum 010411)
Tabel 12: Overzicht letselschadeprocedures
|
Letselschadeprocedures |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Lichamelijk letsel |
437 |
413 |
481 |
518 |
425 |
|
Ongevallen |
|
|
212 |
208 |
140 |
|
Asbest |
|
|
113 |
75 |
67 |
|
Medische kunstfouten |
|
|
62 |
48 |
34 |
|
Lichamelijk onverklaarbare klachten |
36 |
28 |
27 |
23 |
19 |
|
Straling |
3 |
4 |
7 |
2 |
1 |
|
PX 10 |
|
|
18 |
128 |
134 |
|
Overig |
|
|
42 |
34 |
30 |
|
Psychisch letsel |
46 |
292 |
303 |
329 |
328 |
|
Waarvan stuitingen |
|
166 |
123 |
55 |
88 |
|
Totaal |
483 |
705 |
784 |
847 |
753 |
|
Uitzendinggerelateerde claims in behandeling |
82 |
125 |
152 |
318 |
348 |
|
|
Nieuw ingediende claims |
152 |
192 |
148 |
270 |
114 |
|
|
|
Waarvan uitzend gerelateerd |
25 |
166 |
45 |
34 |
37 |
|
Lopende procedures |
2006 |
2007 |
2008 |
2009 |
2010 |
|
Totaal |
483 |
705 |
784 |
847 |
753 |
|
Stuitingen |
|
166 |
123 |
55 |
88 |
|
Subtotaal |
|
539 |
661 |
792 |
665 |
|
Primaire fase |
384 |
388 |
499 |
638 |
556 |
|
Bezwaarfase |
54 |
95 |
105 |
107 |
78 |
|
Beroep bij de Rechtbank |
18 |
32 |
36 |
35 |
23 |
|
Hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep |
27 |
24 |
21 |
12 |
8 |
(Bron DCJDV afdeling claims standdatum 010311)
Tabel 13: Kengetallen maatschappelijk werk
|
|
Aantal 2008 |
Aantal 2009 |
Aantal 2010 |
|
Aantal dossiers per 1 januari |
1111 |
1297 |
1309 |
|
Aantal inschrijvingen voor hulpverlening |
708 |
761 |
763 |
|
Aantal uitschrijvingen voor hulpverlening |
522 |
749 |
847 |
|
Aantal dossiers per 31 december |
1297 |
1309 |
1225 |
(Bron Veteraneninstituut, standdatum 010411)
Tabel 14: Percentage aanmeldingen voor hulpverlening
|
Leeftijd |
≤30 |
31-40 |
41-50 |
51-60 |
61-70 |
71-80 |
>80 |
Onb. |
|
Percentage 2008 |
11
|
24 |
14 |
7 |
8 |
14 |
21 |
0 |
|
Percentage 2009 |
8 |
23 |
15 |
8 |
6 |
11 |
26 |
3 |
|
Percentage 2010 |
11 |
26 |
18 |
10 |
7 |
8 |
19 |
1 |
(Bron Veteraneninstituut, standdatum 010411)
Tabel 15: Percentage aanmeldingen voor hulpverlening per missie
|
Missie |
% 2008 |
% 2009 |
% 2010 |
|
Tweede Wereldoorlog |
2 |
3 |
2 |
|
Nederlands-Indië |
17 |
22 |
16 |
|
Nederlands Nieuw-Guinea |
6 |
5 |
5 |
|
Korea |
2 |
1 |
1 |
|
Libanon |
8 |
17 |
16 |
|
Cambodja |
3 |
3 |
2 |
|
UNPROFOR Bosnië-Herzegovina |
5 |
14 |
12 |
|
IFOR/SFOR/EUROR Bosnië-Herzegovina |
10 |
14 |
20 |
|
KFOR Kosovo |
2 |
4 |
3 |
|
SFIR Irak |
4 |
6 |
5 |
|
ISAF/OEF Afghanistan |
4 |
6 |
13 |
|
Overige |
37 |
5 |
5 |
(Bron Veteraneninstituut, standdatum 010411)
Tabel 16: Overzicht Kamerstukken Defensie met relatie tot Veteranen(zorg) vanaf april 2010
|
Kamerstuk |
Onderwerp |
Korte inhoud |
Datum |
|
Kamerstukken nummer 30139 |
|||
|
30139 nr. 73 |
Veteranenzorg |
Lijst vragen en antwoorden over advies onderzoek MGGZ en LZV |
310510 |
|
30139 nr. 74 |
Veteranenzorg |
Appreciatie proefschriften veteranen en psychische trauma van uitzending(en) |
040610 |
|
30139 nr. 75 |
Veteranenzorg |
Veteranennota 2009-2010 |
080610 |
|
30139 nr. 76 |
Veteranenzorg |
Voortgang bemiddeling Nationale Ombudsman schadeloosstelling veteranen |
220610 |
|
30139 nr. 77 |
Veteranenzorg |
Verslag notaoverleg |
120710 |
|
30139 nr. 78 |
Veteranenzorg |
Aantal voormalige militairen met door herkeuring verlaagd Militair Invaliditeitspensioen (MIP) |
150710 |
|
30139 nr. 79 |
Veteranenzorg |
Uitstel Monitor Belasting & Zorg |
140910 |
|
30139 nr. 80 |
Veteranenzorg |
Stand van zaken procedure geneeskundig onderzoek bij dienstverlating |
140910 |
|
30139 nr. 81 |
Veteranenzorg |
Reactie op verzoek onafhankelijke klachtencommissie veteranen en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers |
160910 |
|
30139 nr. 82 |
Veteranenzorg |
Reactie op verzoek onafhankelijke klachtencommissie veteranen en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers |
051010 |
|
30139 nr. 83 |
Veteranenzorg |
Onafhankelijke klachtencommissie veteranen en militaire oorlogs- en dienstslachtoffers |
201010 |
|
30139 nr. 84 |
Veteranenzorg |
Opzet evaluatie veteranenbeleid |
161210 |
|
30139 nr. 85 (met bijlage) |
Veteranenzorg |
Resultaten Monitor Belasting & Zorg |
180111 |
|
30139 nr. 86 |
Veteranenzorg |
Aanbesteding maatschappelijk werk voor veteranen |
150211 |
|
30139 nr. 87 |
Veteranenzorg |
Reactie op verzoek erkenning koude oorlog militairen |
230211 |
|
30139 nr. 88 (met bijlage) |
Veteranenzorg |
Aanbieding RZO advies convenant Landelijk Zorgsysteem Veteranen (LZV) |
030311 |
|
30139 nr. 89 |
Veteranenzorg |
Nadere informatie aanbesteding maatschappelijk werk voor veteranen |
220311 |
|
30139 nr. 90 |
Veteranenzorg |
Aanbieding convenant LZV |
190411 |
|
Overige Kamerstukken |
|||
|
32123 X nr. 120 |
Begrotingsstaten MinDef |
Voortgang Balkanonderzoek |
210410 |
|
32123 X nr. 138 (met bijlage) |
Begrotingsstaten MinDef |
Jaarverslag IMG 2008 |
190510 |
|
32123 X nr. 139 (met bijlage) |
Begrotingsstaten MinDef |
Jaarverslag IGK 2008 |
190510 |
|
27580, nr. 16 |
Leukemie bij uitgezonden militairen |
Lijst vragen en antwoorden haalbaarheidsstudie Hawk-onderzoek |
200510 |
|
32123 X nr. 126 |
Begrotingsstaten MinDef |
Proeven met chemische wapens 1950-1968 |
250510 |
|
32123 X nr. 149 |
Begrotingsstaten MinDef |
Antwoorden op vragen Jaarverslag IGK 2009 |
200810 |
|
32123 X nr. 153 |
Begrotingsstaten MinDef |
Tussenstand Balkanonderzoek |
060910 |
|
32123 X nr. 155 |
Begrotingsstaten MinDef 2010 |
Antwoorden op vragen Jaarverslag IMG 2009 |
090910 |
|
29521 nr. 149 |
Nederlandse deelname aan vredesmissies |
Kosten nazorg evaluatie kleine missies en Atalanta |
140910 |
|
3122 |
Vergaderjaar 2009-2010 |
Antwoorden op vragen blootstelling militairen aan schadelijke metalen in zandstormen |
160910 |
|
32500 X nr. 1 |
Begrotingsstaten MinDef 2011 |
Defensiebegroting 2011 |
210910 |
|
32538 nr. 1 |
Kaderwet veteranen |
Kaderwet veteranen |
181010 |
|
32538 nr. 2 |
Kaderwet veteranen |
Voorstel van wet |
181010 |
|
32538 nr. 3 |
Kaderwet veteranen |
Memorie van toelichting |
181010 |
|
32500 X nr. 13 |
Begrotingsstaten Mindef 2011 |
Lijst vragen en antwoorden defensiebegroting 2011 |
041110 |
|
417 |
Vergaderjaar 2010-2011 |
Antwoorden op vragen Nederlandse subsidies kinderboek Servische ex-militair |
111110 |
|
2010D44130 |
Niet dossierstuk |
Reactie op verzoek brief AFMP FNV gezondheidsrisico’s werken met Hawkradar |
251110 |
|
27925 nr. 411 |
Bestrijding Internationaal Terrorisme |
Mogelijke blootstelling defensiepersoneel schadelijke stoffen door verbrandingsovens Afghanistan |
121110 |
|
589 |
Vergaderjaar 2010-2011 |
Antwoorden op vragen artikel Hawk-personeel wist niet van gevaren |
251110 |
|
799 |
Vergaderjaar 2010-2011 |
Antwoorden op vragen gezondheidsklachten militair personeel in Uruzgan |
151210 |
|
27925 nr. 418 |
Bestrijding Internationaal Terrorisme |
Lijst vragen en antwoorden politietrainingsmissie Afghanistan |
240111 |
|
32500 X nr. 81 |
Begrotingsstaten MinDef 2011 |
Vertraging onderzoek gevolgen gebruik PX-10 |
310111 |
|
2011D06572 |
Niet dossierstuk |
Reactie op verzoek brief Federatie Groene Heuvelrug |
160211 |
|
2011D05120 |
Niet dossierstuk |
Lijst vragen en antwoorden evaluatie veteranenbeleid |
110211 |
|
1413 |
Handelingen 2010-2011 |
Antwoorden op vragen onderzoek Universitair Medisch Centrum en Militaire Geestelijke Gezondheidszorg naar posttraumatische stress bij soldaten |
140211 |
|
32500 X nr. 89 |
Begrotingsstaten MinDef 2011 |
Lijst vragen en antwoorden stand van zaken onderzoek gevolgen gebruik PX-10 |
220311 |
|
29521 nr. 164 |
Nederlandse deelname aan vredesmissies |
Kosten (na)zorg operatie Atalanta |
220311 |
![]()
Veteranennota HIER te downloaden (Alleen inleiding is geplaatst)
1. INLEIDING
Jaarlijks ontvangt de Tweede Kamer een nota over de voortgang van de uitvoering van het veteranenbeleid. Hierbij bied ik u de Veteranennota 2009-2010 aan. Deze Veteranennota bevat onder meer een evaluatie van het beleid van de afgelopen vijf jaar en een beleidsvisie voor de komende vijf jaar. Voorts wordt er in deze nota aandacht besteed aan de veteranenzorg. In hoofdstuk 2 wordt teruggekeken naar wat in de afgelopen jaren is bereikt. In hoofdstuk 3 van deze nota worden de stand van zaken en de ontwikkelingen op het gebied van de erkenning van en de waardering voor veteranen geschetst. In hoofdstuk 4 van deze nota ga ik in op de zorg voor veteranen en hun thuisfront. Niet uit het oog mag worden verloren dat het met de meeste veteranen goed gaat. Voor veel veteranen geldt dat zij positief terugkijken op hun ervaringen als militair. In de afgelopen jaren zijn op het gebied van de zorg voor militairen en veteranen belangrijke ontwikkelingen in gang gezet met als doel het ontstaan van problemen als gevolg van een uitzending te voorkomen en, als er toch problemen ontstaan, de veteraan te ondersteunen bij het oplossen daarvan. In hoofdstuk 5 geef ik een samenvatting en zet ik een beleidsvisie voor de komende jaren uiteen. Waar mogelijk worden kwantitatieve gegevens in tabelvorm weergegeven en als bijlage gevoegd.
![]()
Onderstaande ook te downloaden: HIER





![]()
Doorn, 18 juni 2010
Geacht bestuur,
In bijlage treft u aan de herziene Regeling Reüniefaciliteiten en de daarbij horende Uitvoeringsregeling. Tevens is bijgesloten het Defensiepersbericht over deze nieuwe regeling.
In de regeling is opgenomen aan welke eisen de verenigingen moeten voldoen om gebruik te kunnen maken van de reüniefaciliteiten. Zo moeten de verenigingen ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. Voor reünieverbanden van missies van vóór 1963 (WOII, Indië, Korea en Nieuw-Guinea) geldt op dit punt een uitzondering omdat hun ledenaantal kleiner wordt en daarmee de lasten van inschrijven te hoog. Los daarvan kunnen verenigingen die niet voldoen aan de eisen zich inschrijven bij een reünievereniging die wel aan de voorwaarden voldoet en die dan vervolgens functioneert als een koepelorganisatie.
Verenigingen die voldoen aan de gestelde eisen krijgen voor 1 oktober 2010 een nieuw certificaat met een geldigheidsduur van vijf jaar. De overige verenigingen en reünieverbanden zullen voor de tijd van de overgangsregeling een certificaat krijgen voor de jaren 2011 en 2012. Vanaf 1 januari 2013 moeten ook zij voldoen aan de in de regeling gestelde eisen.
Mocht u naar aanleiding hiervan nog vragen hebben, dan verzoek ik u contact op te nemen met mw Cora van Beers (0343 – 474161 / cw.vanbeers@veteraneninstituut.nl).
In de hoop u met deze informatie van dienst te zijn, tekent met vriendelijke groet,
KTZA F.J. Marcus
Directeur Vi
![]()
Uitvoeringsregeling reuniefaciliteiten veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven.
Referte 1: P/ Regeling reüniefaciliteiten veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven;
2: Handboek AO Paresto, Vaste Order 1.1.1 Aanvraag en bevestiging banquetingactiviteiten. Ingangsdatum: 01-01-06, Standdatum: 17-03-09;
3: Behoeftestellingsformulier BGFS 101108. http://intranet.mindef.nl/cdc/facility_services/service/formulieren/index.aspx
Inleiding.
De reüniefaciliteitenregeling heeft als doel “de contacten tussen leden van een reünievereniging en tussen leden van een reünievereniging en militairen in actieve dienst van dezelfde eenheid of onderdeel of met dezelfde uitzendervaring, met faciliteiten te ondersteunen”. De aanspraak op reüniefaciliteiten voor veteranen, dienstslachtoffers en postactieven is belegd in een ministeriële regeling van Defensie (referte 1). In de ministeriële regeling is verwoord waar een reünievereniging voor veteranen, - postactieven, - oorlogs- en dienstslachtoffers en belangenverenigingen aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor de reüniefaciliteiten en geeft een opsomming van de faciliteiten die Defensie biedt.
De Hoofd Directeur Personeel (HDP) heeft een regie- en monitorfunctie ten aanzien van het veteranen- en postactievenbeleid. De uitvoering van de reüniefaciliteiten voor veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven is belegd bij de Defensie Onderdelen (DO). Deze uitvoeringsregeling is bedoeld om nadere afspraken te maken met en binnen de DO.
Oogmerk.
Het beleid van Defensie is gericht op het geven van erkenning, waardering en (veteranen) zorg aan defensiemedewerkers die zich voor Nederland hebben ingezet. Defensie bevordert daarvoor de binding met het onderdeel, oud-collega’s en het als lotgenoten samen zijn door het aanbieden van reüniefaciliteiten. In de afgelopen jaren is een onderscheid geweest voor wat betreft het aanbieden van faciliteiten aan veteranen en andere belanghebbenden. Dit onderscheid komt per x mei 2010 te vervallen. Dit houdt in dat veteranen, postactieven, oorlogs- en dienstslachtoffers en belangenverenigingen onder voorwaarden één keer per jaar gebruik kunnen maken van de faciliteiten zoals opgenomen in de Regeling reüniefaciliteiten voor veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven (de Regeling).
Beheer en uitvoering van het beleid.
De Regeling benoemt als rechthebbenden diegenen die georganiseerd zijn in een reünievereniging die is opgenomen in het reünieregister van de Stichting het Veteraneninstituut (SVi).
Per doelgroep kan een andere werkwijze gelden die in deze uitvoeringsregeling wordt toegelicht.
In het algemeen geldt dat “de punten a t/m f” ten behoeve van de uitvoering gevolgd moeten worden om aanspraak te kunnen maken op de Regeling.
Veteranenverenigingen.
Veteranen kunnen aanspraak maken op de Reüniefaciliteiten zoals genoemd in de Regeling op het moment dat ze zich verenigd hebben conform de voorwaarden in referte 1. Op het moment dat de status van reünievereniging is verkregen, kan de reünievereniging een verzoek tot inschrijving in het reünieregister indienen bij de directeur van de SVi.
Directeur SVi besluit, namens de Minister van Defensie, op dit verzoek en toetst daarbij of de reünievereniging voldoet aan het gestelde in artikel 1, onderdeel e van de Regeling. Besluitvorming door de directeur SVi vindt plaats in overleg met het DO waar de betreffende reünievereniging traditioneel toe behoort. Bij twijfel wordt advies aan het Veteranen Platform gevraagd. Bij goedkeuring van de aanvraag stelt directeur SVi de veteranenvereniging en het DO schriftelijk in kennis van dit besluit. De veteranenvereniging ontvangt vervolgens het faciliteitencertificaat, waarmee de vereniging aanspraak kan maken op de vastgestelde faciliteiten conform artikel 3 van de Regeling. In het geval de aanvraag van een vereniging voor opname in het reünieregister wordt afgewezen, zal de directeur SVi de afwijzing gemotiveerd en schriftelijk aan de vereniging bekend stellen. Als de vereniging het niet eens is met de afwijzing kan zij bezwaar maken bij HDP/ Afdeling Pensioenen, Sociale Zekerheid, Zorg en Veteranen (APSZV)[1].
Bestaande reünieverbanden van missies van vóór 1963, die zijn ingeschreven in het reünieregister en die niet kunnen worden aangemerkt als vereniging, zijn vrijgesteld van de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 1, onder e. Voor de overige verenigingen die ten gevolge van deze regeling niet meer aan de voorwaarden voor inschrijving voldoen, geldt een overgangsregeling. Vanaf 1 januari 2013 dienen alle ingeschreven reünieverenigingen te voeldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 1, onder e.
Verenigde postactieven en/of oorlogs- en dienstslachtoffers.
Postactieven en/of dienstslachtoffers kunnen aanspraak maken op de reüniefaciliteiten zoals genoemd in de Regeling op het moment dat zij zich verenigd hebben conform artikel 1, onderdeel e, van de Regeling. De vereniging dient een verzoek in bij het betreffende DO om ingeschreven te worden in het reünieregister. Het DO neemt daarover een besluit, namens de Minister van Defensie.
Een positief besluit wordt aan de vereniging bekend gesteld en het DO zorgt ervoor dat de vereniging wordt opgenomen in het reünieregister bij de SVi. De SVi zal de vereniging inschrijven in het reünieregister en het faciliteitencertificaat naar het DO sturen ter verstrekking aan de aanvrager. Na ontvangst van de strippenkaart kan de vereniging een aanvraag doen zoals beschreven in de stappen a tot en met f. In het geval het DO de aanvraag afwijst, wordt deze afwijzing gemotiveerd en schriftelijk aan de vereniging bekend gesteld. Als de vereniging het niet eens is met de afwijzing kan zij bezwaar maken bij APSZV (zie voetnoot 1).
Belangenverenigingen.
Belangenverenigingen die voldoen aan de in de Regeling, art 1 onder f, genoemde voorwaarde kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op de Regeling. De belangenvereniging voorziet APSZV voorafgaand aan het realisatiejaar een planning van de te organiseren reünies, inclusief locatie, aantallen en doelgroep. Op basis van deze planning worden de DO op de hoogte gebracht ten behoeve van de budgetreservering. Vervolgens verzorgt de belangenvereniging dat tijdig een verzoek bij het Locale Facilitaire Dienst (LFD) wordt ingediend. Het LFD beoordeelt de aanvraag op uitvoerbaarheid en verzoekt de commandant van de locatie om toestemming. Bij een positief advies dient de belangenvereniging een verzoek in bij APSZV en verwijst tevens naar de eerder ingediende jaarplanning. APSZV voorziet de aanvraag van advies en stuurt deze naar de belangenvereniging. Een positief besluit van APSZV wordt door de belangenvereniging toegevoegd aan de reüniefaciliteiten aanvraag (referte 3) die bij de LFD van de (semi-) militaire locatie wordt ingediend. Vervolgens worden de stappen c tot en met f doorlopen. Een afwijzing van APSZV wordt gemotiveerd en schriftelijk aan de belangenvereniging bekend gesteld. Als de belangenvereniging het niet eens is met de afwijzing kan zij bezwaar maken bij Juridische Dienstverlening (JDV)[2].
Beschikbaarheid militaire locatie en het aantal deelnemende leden van de vereniging.
Indien de omvang van de aanvraag groter is dan de mogelijkheden van de locatie, zal de commandant van de locatie in overleg met de reünievereniging zoeken naar een ander moment of een alternatieve (semi-)militaire locatie voor dezelfde datum en tijd met voldoende faciliteiten.
Militaire en semi-militaire locaties per defensieonderdeel.
In bijlage 2 van de Regeling is een overzicht opgenomen van de door de DO vastgestelde (semi-)militaire locaties. Deze locaties zijn op deze manier inzichtelijk voor de verenigingen.
Doorberekening van de (meer)kosten van de reünie.
Ondersteuning van de reünie dient te geschieden met de middelen/faciliteiten die de commandant van de locatie waar de reünie wordt gehouden kan bieden. In dit geval komen kosten van de faciliteiten en het standaard arrangement ten laste van het Rijk. Indien de vereniging voor de reünie meerkosten maakt dan wordt dit bedrag via Paresto in rekening gebracht bij de reünievereniging (zie voetnoot 3).
Registratie van de reünieverenigingen.
De registratie van reünieverenigingen wordt gevoerd door het SVi. Echter de DO zijn verantwoordelijk voor het beheer en daaruit volgende administratieve handelingen van de registratie van verenigde postactieven en/of dienstslachtoffers. Elk DO dient hiervoor een centraal aanspreekpunt aan te wijzen. Dit aanspreekpunt coördineert en registreert alle administratieve handelingen ten behoeve van de verenigde postactieven en/of oorlogs- en dienstslachtoffers en informeert de directeur SVi, Financial Control en de verenigingen over procedures en eventuele wijzigingen.
Een ingeschreven reünievereniging kan in plaats van een strippenkaart voor de reünievereniging als geheel, per onderafdeling een strippenkaart aanvragen. De reünievereniging blijft eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Regeling.
Daarnaast kunnen onderafdelingen van ingeschreven Reünieverenigingen ervoor kiezen apart in aanmerking te komen voor de Reüniefaciliteiten. Zij dienen dan apart ingeschreven te zijn als reünievereniging en te voldoen aan het gestelde in artikel 1, onderdeel e, van de Regeling.
Aanvraag van reüniefaciliteiten.
De geregistreerde vereniging in het reünieregister ontvangt een faciliteitencertificaat, waarmee zij jaarlijks aanspraak op de Regeling kan maken. Om dit te doen dienen de volgende stappen doorlopen te worden:
a. de reünievereniging dient op basis van een behoeftestellingsformulier (inclusief het aantal aanwezige, rechthebbende deelnemers), een verzoek in bij de Commandant LFD van de gewenste locatie. Referte 3 is het behoeftestellingsformulier dat gebruikt moet worden;
b. de LFD van de eenheid controleert de mogelijkheden (ruimte, aantal personen, maaltijden etc.) en vraagt toestemming aan de Commandant van de locatie (in het algemeen de hoofdgebruiker);
c. de LFD stuurt de behoeftestelling naar de aangegeven controller of budgethouder van het DO waartoe de reünievereniging behoort. De controller of budgethouder toetst deze aanvraag op rechtmatigheid en op budgetruimte;
d. het DO accordeert of wijst de aanvraag af en stelt de LFD hiervan op de hoogte. Bij goedkeuring van de faciliteit dient controller of budgethouder de aanvraag te voorzien van een reserveringsnummer;
e.
na
ontvangst van de goedkeuring wordt de aanvraag door de LFD in Planon
definitief ingevoerd. Zie handboek AO Paresto Vaste order nr. 1.1.1. met
onderwerp aanvraag en bevestiging banquetingactiviteiten;
f.
na
de genoten reünie wordt de factuur tussen het DO en Paresto verrekend op het
vooraf aangegeven reserveringsnummer. De eventueel in rekening te brengen
meerkosten van de genoten reünie wordt door Paresto bij de aanvrager (de
reünievereniging) in rekening gebracht en gefactureerd[3].
Indien een belangenvereniging aanspraak wil maken op de reüniefaciliteiten dan dienen eerst onderstaande stappen doorlopen te worden:
1. De belangenvereniging voorziet APSZV uiterlijk in november voorafgaand aan het uitvoeringsjaar van een planning van de te organiseren bijeenkomsten. In deze planning zijn de locatie, aantallen en omschrijving van de reünie beschreven;
2. In het uitvoeringsjaar dient de belangenvereniging een verzoek in bij de LFD waar de reünie gehouden zal worden;
3. de LFD beoordeelt de mogelijkheden (ruimte, aantal personen, maaltijden etc.) en vraagt toestemming aan de Commandant van de locatie;
4. de belangenvereniging dient bij een positief advies van het LFD een reünieverzoek in bij de APSZV;
5. APSZV toetst dit verzoek en voorziet het van een advies. Vervolgens dient voor het aanvragen stap c gevolgd te worden en bij elke volgende stap dient het advies bij de aanvraag te zitten;
6. De belangenvereniging dient van iedere reünie vast te leggen wie aanwezig was. Deze overzichten moeten door de belangenvereniging bewaard worden.
Aanspreekpunt per DO
CLAS
CLSK
KMAR
CZSK
[1] Het bezwaarschrift dient, binnen 6 weken na het besluit, te worden gericht aan het Hoofddirectie Personeel, afdeling Pensioenen, Sociale Zekerheid, Zorg en Veteranen (PSZV), MPC 58 L, Postbus 20703, 2500 ES Den Haag. Het bezwaarschrift moet worden gedateerd en ondertekend en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten: de aanduiding 'bezwaarschrift', naam en adres van de indiener, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt en de gronden van het bezwaar. Het is wenselijk om een afschrift van het besluit en afschriften van andere relevante stukken mee te zenden.
[2] Het bezwaarschrift dient, binnen 6 weken na het besluit, te worden gericht aan de Juridische Dienstverlening (JDV), MPC 58 L, Postbus 20703, 2500 ES Den Haag. Het bezwaarschrift moet worden gedateerd en ondertekend en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten: de aanduiding 'bezwaarschrift', naam en adres van de indiener, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt en de gronden van het bezwaar. Het is wenselijk om een afschrift van het besluit en afschriften van andere relevante stukken mee te zenden.
[3] Slechts de meerkosten die op verzoek van de Reünievereniging zijn gemaakt en die niet vallen binnen het Standaardarrangement en/of gelden voor rechthebbende deelnemers zullen worden doorbelast naar de Reünievereniging.
![]()
PERSBERICHT
Defensie breidt Regeling Reüniefaciliteiten uit
Er is een nieuwe regeling voor de reüniefaciliteiten voor veteranen en postactieven. De belangrijkste verandering ten opzichte van de oude regeling betreft de substantiële uitbreiding van de reüniefaciliteiten voor postactieven die nu ieder jaar een reünie kunnen organiseren. Voor veteranen biedt de regeling ruimte voor maatwerk.
De regeling is onderdeel van het defensiebrede beleid om de banden met organisaties van veteranen, oorlogs- en dienstslachtoffers en postactieven in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. De nieuwe regeling komt tegemoet aan de wens van de postactieven om jaarlijks een tegemoetkoming te ontvangen in de onkosten voor het houden van een reünie. Daarnaast bevat de nieuwe regeling duidelijke kaders die het beheer van de reünies door de operationele commando’s inzichtelijker maakt. Ook de centrales van overheidspersoneel hadden behoefte aan vernieuwing. Omdat de centrales bijeenkomsten organiseren met een hoog reüniegehalte en voorlichting geven aan leden van de doelgroepen, kunnen zij voor deze bijeenkomsten gebruik maken van de vernieuwde faciliteitenregeling.
De regeling geldt voor reünies die worden georganiseerd op een militaire locatie of een semi-militaire locatie. De nieuwe regeling kent daarop een belangrijke uitbreiding: de ECHO Homes van de Stichting Home Base Support zijn toegevoegd aan de lijst van mogelijke reünielocaties. Hiermee worden de initiatieven van deze Stichting op het gebied van (thuisfront-)zorg door Defensie ondersteund. Verder en mede op verzoek van veteranenorganisaties is de regeling ook van toepassing verklaard op reünies in de Kumpulan (Bronbeek).
In de regeling is opgenomen aan welke eisen de verenigingen moeten voldoen om gebruik te kunnen maken van de reüniefaciliteiten. Zo moeten de verenigingen ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel. Voor reünieverbanden van missies van vóór 1963 geldt op dit punt een uitzondering omdat hun ledenaantal snel kleiner wordt en daarmee de lasten van inschrijven te hoog. Los daarvan kunnen verenigingen die niet voldoen aan de eisen zich inschrijven bij een reünievereniging die wel aan de voorwaarden voldoet en die dan vervolgens functioneert als een koepelorganisatie. Voor verenigingen die niet aan deze eisen voldoen geldt een overgangsregeling. Vanaf 1 januari 2013 dienen zij een inschrijving bij de kamer van koophandel te hebben.
Over een jaar wordt de nieuwe regeling in nauwe samenspraak met de betrokken organisaties en de centrales geëvalueerd.
Mocht u nog vragen hebben dan kunt u terecht bij het Veteraneninstituut, in het bijzonder bij mw Cora van Beers (0343-474161) bereikbaar van ma t/m vrij van 8.00 uur t/m 14.00 uur of via emailadres cw.vanbeers@veteraneninstituut.nl
![]()
Op de vergadering van 22 april 2009 zijn de volgende gegevens vastgesteld:
Voorzitter: Fred de Beer
Vice-Voorzitter: Paul Hadeweg Scheffer
Secretaris: Jan Litjens
2eSecretaris: Harold van Kasteren
Penningmeester: Walter Pullens
2e Penningmeester: Ruud Pauli
Adviseur bestuur: Ger Achterhof
Redaktie kontaktblad: Volgt (mogelijk 3 redacteuren)
Redaktie kontaktblad: Jan Boes (layout)
Ledenwerving: Paul Hadeweg Scheffer
Website: Jan Litjens
Webmaster: Peter Voesenek (geen bestuurslid)
Lid bestuur: Bas den Oudsten
Lid bestuur: Ben Bolman
Adressering:
Het nieuwe adres van het secretariaat is vastgesteld op:
Secretaris Vereniging Veteranen B&T
MPC 53 A
Postbus 109
3769 ZJ Soesterberg
Website adressen:
De secretaris is te bereiken via:
secretaris@lveteranencontact.nl
Statuten en Huishoudelijk reglement
De statuten en het huishoudelijk reglement zullen op korte termijn (week 20) aangeboden worden aan het veteranenplatform en daarna aan de notaris.
![]()
OMVORMING
De Verenging Logistieke Reünie Contact is bezig voorbereidingen te treffen voor de omvorming naar een nieuwe vereniging.
1. Het bestuur moet om.
2. Concept statuten
3. Concept huishoudelijk reglement
![]()
VERKIEZING
Op de voorjaarsvergadering van 4 april 2009 zal de nieuwe “vereniging veteranen Regiment bevoorrading- en transporttroepen, Regiment aan- en afvoertroepen en regiment intendancetroepen” formeel worden opgericht. Tegelijkertijd zullen de nieuwe bestuursleden moeten worden gekozen.
Het Bestuur van de Vereniging bestaat uit een oneven aantal van tenminste vijf en ten hoogste negen leden die moeten worden benoemd door de Algemene Ledenvergadering
De Vereniging wordt vertegenwoordigd door het Bestuur. Een sterke binding van de veteranenvereniging met het regiment en de regimentscommandant is hiervoor een must. De intensieve en goede samenwerking tussen de regimentscommandant en de vereniging is van cruciaal belang. De broodnodige samenwerking zal zowel in woord alsook in daad gestalte moeten krijgen. Het is de nadrukkelijke wens dat het nieuwe bestuur wordt samengesteld uit een mix van “oude”en “nieuwe”veteranen. Voor dit bestuur zijn we op zoek naar enthousiaste mensen die graag hun steentje willen bijdragen aan de concrete invulling van het veteranenbeleid.
De navolgende personen hebben zich reeds aangemeld als kandidaat bestuurslid
Dhr G. Achterhof
Dhr J. Boes
Dhr P. Hadewegh-Scheffer
Dhr B. den Oudsten
Smi W. Pullens
Aooi B. Bolman
Aoo R. Pauli
Maj J. Litjens
Maj H.M.F. van Kasteren
Dhr F. de Beer
Aan u de keuze.
Eventuele overige kandidaten kunnen zich voor 16 maart 2009 aanmelden bij de secretaris Dhr J.Peer. secretaris@lrc-kontakt.com
Reacties naar: webredaktie@veteranencontact.nl